Judas

The Passion in Enschede, het lijkt alweer een hele tijd geleden, maar het vond vorige week op Witte Donderdag plaats. Allerlei Bijbelpersonages in de stad, met als interessantste: Judas, want gespeeld door Jeroen van Koningsbrugge. Ik ‘gebruikte’ hem als onderwerp voor de april-column in de Huis aan Huis Enschede.

Cadeautje

Ik had nog iets leuks beloofd vanwege het vijfjarig bestaan van Tekstwerk Timmermans. In het staartje van de Boekenweek met als thema ‘Waanzin, te gek voor woorden’ dacht ik: waarom geen verhaal over waanzin? Daarom dus! Ga er even voor zitten en ik hoop dat je het leuk vindt.

In deze boekenweek heb ik mezelf getrakteerd op het boek Horizon City van de in Enschede geboren Jaap Scholten. Hij beschikt over een kleurrijke familie en heeft héél avontuurlijke betbetbetovergrootopa’s en oma’s die naar verre, onbekende oorden trokken. Over die maffe familiegeschiedenis vertelt hij in het boek. Da’s lekker, zo’n (prettig?) gestoorde familie. Die heb ik niet echt. Maar het grenst er aan.

Want wat is nou gestoord? In het woordenboek vind ik voor waanzin twee betekenissen: 1. krankzinnigheid en 2. grote onzin.
Ik ben het product van een vader in wiens familie krankzinnigheid voorkomt en een moeder in wiens familie grote onzin een gemene deler is. Waanzin dus. Even uitleggen.
Hersencellen
De Timmermansen zijn in hun grondhouding erg serieus en hebben een goede kop met hersenen. Maar die hoeveelheid hersencellen zit hen ook dwars en drukt op hun geluk. Menig Timmermans heeft te lijden (gehad) onder een depressie, inclusief ikzelf. In het leukste geval komt na of tijdens die depressie ook een groot gevoel voor humor naar boven. Dat was bij mijn vader zo. Een geestige man die, als hij eenmaal los was van zijn dagelijkse zware taak van het oplappen van schoenen, met zijn immense fantasie verjaardagspartijen en andere bijeenkomsten opvrolijkte. En naar huis gaan: ho maar. Want dan stond die zware taak weer te wachten.
Lichtheid
De Van de Wielen (moeders kant) gingen niet gebukt onder de last van een zwaar hoofd dat gevuld is met een te grote hoeveelheid hersencellen. Hier veel meer: de lichtheid van het bestaan. Aan de oppervlakte dan, want de familie kent vele tragedies. Maar dat mocht uiteindelijk de pret niet drukken. Van deze ooms en tantes kreeg je steevast een warme knuffel met drie zoenen als ze op bezoek kwamen. Opa bracht een hoop fantasie en gekkigheid mee. Hij vertelde altijd dat hij thuis een aap had. Jaja. De ooms maakten gekke tekeningen van vrouwen met enorme borsten of gooiden op een feestje de swing er enorm is. Genieten, dat is het adagium. Mijn moeder beschikte over veel fantasie. Van een ander soort dan die van mijn vader. Niet die van de overdrijving, maar van een soort inleving. Je kon alles zijn wat je wou. Een gek oud vrouwtje als ze ’s avonds laat, als wij in bed lagen, haar hoofd om de deur stak met een gekke bek zonder kunstgebit in. Of door hond te spelen en zich met een das door mijn neefje vast te laten leggen aan de tafelpoot. Geen enkel punt.

Door die vader en die moeder ben ik gemaakt.  Het ‘krankzinnigheids-gen’ heeft me parten gespeeld en een niet zo leuke tijd opgeleverd maar tegelijkertijd de relativiteit van het leven in laten zien. En me uiteindelijk gelukkiger gemaakt. Altijd was ‘zusje’ fantasie in de buurt. Soms klapte fantasie om naar bijna krankzinnigheid en veel vaker zorgde de fantasie voor enorm veel lol en lichtheid.
Flauwe grappen
En dan eindig ik met een citaat uit Scholtens boek met een enorm pleidooi voor verbeelding en fantasie:
‘Ik ben ervan overtuigd, nogal wiedes eigenlijk, dat je eerst je leven moet bedenken om het vervolgens te leven. En dat geldt voor alles. Daarom is het ontwikkelen van verbeelding bij kinderen belangrijk – verhalen vertellen, voorlezen, lezen, flauwe grappen maken en de geschiedenis vastleggen – want zonder fantasie komen de handen en voeten moeilijk in beweging.’

En zo is het maar net!

verkeersdirigent

Ken je ze? De verkeersleiders die heerlijk de baas mogen spelen als verkeerslichten uitvallen. Ik zou zo graag zo’n ‘verkeersdirigent’ willen zijn en heb er over geschreven in mijn maart-
column in de Huis aan Huis Enschede.

Winnaar 1: Mijn zoon en ik

Je maakt wat mee in een jaar.

Het jaar 2014 vloog voorbij, maar wel het een en ander meegemaakt. Ik heb een zoon Viggo die in juli 4 is geworden. Voordat hij naar school ging kon ik hem wel eens achter het behang plakken. Zoals van het voorjaar in een winkel.

We staan netjes te wachten in een rij bij de kassa waar hij dan ook vrolijk het liedje van Sesamstraat staat te zingen ‘er staat een rij een lange lange rij’ etc. Er staat een meneer voor ons in een scootmobiel. Ik zie in mijn ooghoek Viggo van de grond komen en meneer zijn scootmobiel doet niks meer. Ik krijg het warm. De meneer zegt ‘dat heb ik nog nooit eerder gehad’.

Blijkt dat mijn zoon hem heeft uitgeschakeld (waar die meneer niet eens wist dat daar een knopje zat ). Pppfff. Gelukkig kon hij weer op pad.

Niet veel later staan we bij de voetbal en zie ik Viggo kijken naar een mevrouw met aardige billen. Hij kijkt nog eens en verblikt of verbloosd niet en slaat mevrouw op haar billen. Wanneer ik vraag waarom hij dit nu doet kijkt hij mij aan en zegt die mevrouw had zulke dikke billen !!

Ddduuuhhhh.

Nu hij op school zit heb ik rust.

 

Suzan van de Wiel

Winnaar 2: De lichte schaduwkant

Onderweg naar m’n lunchplek neem ik vaak een afkorting, een route met schaduw. Hier in Bangkok is schaduw iets waar je over nadenkt en regelmatig zie ik iemand lopen met een geopende paraplu – tegen de felle zon. De weg naar m’n twaalfuurtje loopt via een boomloze straat en dan duik ik maar wat graag in de parkeergarage van het aanliggende hotel voor wat schaduw.

Laatst kwam ik er achter dat het een vreemde garage is, eentje met gordijnen voor elke parkeerplaats die direct toegang geven tot een hotelkamer. Het blijkt een zogenaamd gordijnhotel te zijn, daar waar Thai discreet hun dingen kunnen doen.

Thaise families leven vaak met 3 generaties onder één dak, en om dan op liefdesgebied in huis iets willen ondernemen is vaak gênant. Thais zijn makkelijk. Hebben ze zin – dan stappen ze in de auto en rijden naar het dichtstbijzijnde gordijnhotel. Naar binnen rijdend doet men de lichten van auto aan en vindt een lege gordijnplek, stapt uit, trekt het gordijn dicht en opent de hotelkamer via een betaalautomaat. Na gedane liefdeszaken verlaat men de kamer, start de auto, lampen weer aan, opent het gordijn en rijdt weer weg.

Zes verdiepingen 24X7 discretie en Thais vernuft. En meest belangrijk: voor de buitenwereld geheel anoniem.

 

Frank E. Bollen

Winnaar 3: Oudejaarsdag

Die stilte morgenvroeg. Ik maak me er nu al ongerust over. Zou ik het aankunnen?

Het was een tumultueus jaar. Niet eens zozeer voor mezelf. Elk jaar een reorganisatie bij het bedrijf waar ik voor werk went. Zit ik er dit keer bij of wederom niet? Aangezien het niets met kwaliteit heeft te maken en aangezien het steeds weer een loterij is – het ene jaar zit je als oudste in een leeftijdsgroep en word je gespaard, het andere ben je de jongste en derhalve het haasje – kun je er toch verrekte weinig aan doen, tenzij je de klok stil zou kunnen zetten. Groundhogday in het echie.

Nee, het was een tumultueus jaar voor de wereld. Ineens lijkt wereldvrede weer verder weg dan ooit. Okay, wereldvrede zal altijd een utopie blijven, maar het zou toch mooi zijn als we zo nu en dan het gevoel hebben dat het aan de einder te vinden is. Met IS, Poetin, vergeten Afrikaanse oorlogen en afluisterende mogendheden vraag ik me echter af wanneer dat gelukzalige gevoel weer tot me komt.

Maar eerst maar eens die stilte morgenvroeg. Na alle tumult van het afgelopen jaar en de knallen van vandaag ben ik toe aan stilte. En tegelijk maak ik me ongerust. Want: kan ik het wel aan?

BOEM!

 

Franklin Veldhuis

Winnaar 4: 2014 in 21 dagtochten

Dit zeiljaar startte ergens in juni met een tocht naar Helgoland. Al was het een eind weg voor m’n Friendship23, zouden we het halen?

De mooiste tochten eindigen vaak niet eens in de buurt van de gedachte bestemming en dat is dan ook het beste uitgangspunt voor elke reis. Waar zouden we dit keer aanspoelen?

Trossen los en de IJssel af naar het meer waar de rivier de naam van draagt. Verder naar het noorden door de sluis bij Kornwerderzand op naar de eilanden die waadbaar bijna te benaderen zijn. Buitenom naar Nes en verder naar het Oosten daar waar men spreekt van de Oost Friese Wadden en waarvan Wangerooge wel het meest tot de verbeelding spreekt. En toen? Een tocht de Elbe op en wachten op de nieuwe kapitein die in Hamburg aan boord zou komen.

Retour naar Cuxhaven klaar voor de oversteek naar het gedroomde Helgoland. Helaas terug onderlangs de Jadeboezem in om in Willemshaven de Fok te laten overhalen. Na een tweede bemanningswissel op naar Delfzijl geheel binnendoor. Daarna weer solo buitenom terug naar huis.

En nu klaarmaken om het nieuwe jaar in te gaan zeilen. Ik kan haast niet wachten en volgend jaar op naar Helgoland?

 

Kees Merkelbach