Van Bertie voor Kobus

Ken je dat: je gaat naar een bijeenkomst met een bekende schrijver, koopt een boek, gaat in de signeerrij staan en dan…..oog in oog met de beroemdheid sta je met je mond vol tanden.
Vandaag viel dat alles mee. Dat komt vooral door de schrijver: Redmond O’Hanlon. Zo gewoon en benaderbaar als je buurman in Enschede. Hij was dit weekend in Enschede om persoonlijk rondleidingen te geven bij een expositie die rondom hem is gemaakt en die dit weekend voor het laatst te zien was. De expositie gaat over zijn zoektocht naar ontdekkingsreizigers uit voorbije eeuwen. Eerder vastgelegd in de televisieserie ‘O’Hanlons helden’. In het museum zijn opgezette dieren, planten, fossielen, instrumenten, kaarten, boeken en persoonlijke bezittingen te zien. Maar dé bezienswaardigheid is O’Hanlon zelf natuurlijk. Met zijn witte kuif, vrolijke kop en immense bakkebaarden. En vooral met zijn heerlijke anekdotes, waar ik maar de helft van begrijp omdat het in het Engels is en hij nogal eens mompelt. Maar het enthousiasme is aanstekelijk.
Nou, daar stond ik dan, met mijn in de museumwinkel gekochte boek. Ik wilde hem één vraag stellen: hoe is het met je kat? Uit de televisieserie had ik begrepen dat hij enorm gek is met het beest en dat hij, vlak voordat hij af zou reizen naar een ver oord om de reis van de betreffende ontdekkingsreiziger over te doen, ineens veel meer aan de kat (Bertie) ging hangen. Eigenlijk wilde hij niet weg, want hij kon Bertie niet missen. Ik geloof dat zijn vrouw hem dan de deur uit moest duwen. En als O’Hanlon dan eenmaal op weg was, was het over met de heimwee naar de poes.
Het gaat goed met zijn Bertie, zei hij. De kat telt al vijftien levensjaren en begint magerder te worden. Hij vroeg of ik ook een kat heb. Ja. En de naam. Kobus. Hoe oud? Negentien. En vervolgens schreef hij zo’n lieve boodschap van Bertie aan Kobus. Niet dat Kobus er iets van snapte, maar toch, het baasje is er blij mee!

De ‘leegloop’mens

Spontane gesprekken met wildvreemde mensen. Altijd leuk, niewaar. Vanmorgen ontstond er weer eentje. Ik was bij Boekhandel Broekhuis voor het boek De hond als medemens van Pauline Slot (een aanrader trouwens) en toen zag ik dat je aan een leestafel een gratis kop koffie kan pakken. Boek meegenomen, koffie uit de automaat en zitten. Een grijze man zat met de krant al aan tafel. Aardige man. Open gezicht. We raakten aan de praat over het leuke feit dat je hier gratis koffie kunt drinken en ook nog je krantje kunt lezen. Maar dan….
Al snel blijk ik hier te maken te hebben met het zoveelste exemplaar van de ‘leegloop’mens. Wat eerst lijkt op een leuke, verassende ontmoeting leidt binnen no time tot een eenzijdige informatiestroom. Van hem naar mij wel te verstaan. Alsof ik een praatpaal ben. Gooi het er maar uit. Volgens mij heb ik op mijn voorhoofd een lichtkrant met de repeterende zin ‘kom maar op met al uw verhalen’. En dan ga ik dus ook nog vragen stellen om de leegloper te stimuleren. Stom stom.
Als er nog ergens een échte luisteraar op deze aardkloot rondloopt die ook eens benieuwd is naar mijn verhaal, waarom ik bijvoorbeeld bovenstaand boek heb aangeschaft, dan hoor ik het heel graag. Ik kom ze niet tegen. Wel een hele bult mensen die volgens mij amper andere mensen spreken en als de kans zich dan voordoet, zich meteen helemaal ‘vergrijpen’ aan die twee luisterende oren. De koffie was best lekker hoor. En ik moet natuurlijk zelf ook mijn stimulatiegedrag wijzigen.